Steven van Breemen over het orientatievermogen

Ieder jaar gebeurt het  wel enkele malen. Dan verschijnen er weer berichten in de internationale pers over mysterieuze verdwijningen van duizenden postduiven. Dat is sensatie. Dat is wat de mensen in de krant willen lezen. Dat is waar reporters naar op zoek zijn en dat is wat de redakteurs van hun reporters verlangen als pakkende kop boven een artikel. Vooral in de z.g. "komkommertijd" gedurende de zomermaanden. Toch is het niet zo rampzalig als het wordt voorgeschoteld. De op zo´n mysterieuze wijze verdwenen duiven zijn niet echt van de aardbodem verdwenen. Het probleem is dat ze zich vaak totaal niet meer kunnen orienteren. Soms gaan ze weer op weg naar huis, maar door bepaalde omstandigheden zijn ze totaal het vertrouwen in de eigen kunne kwijt. Wat je vaak bemerkt als je duiven lost en het loopt verkeerd af is, dat er hele grote groepen duiven naar de losplaats terugkeren. Het punt van vertrek hebben ze vastgelegd in hun geheugen en dat zijn ze vervolgens in staat feilloos terug te vinden. In de omgeving van de losplaats worden dan ook vaak de meeste verdwaalde duiven gerapporteerd, indien de problemen met de orientatie zijn ontstaan dicht in de buurt van de losplaats zelf. Soms gebeurt het ook wel dat ze van nog veel verder weer naar het vertrekpunt terugkeren. En dit alles bijelkaar brengt duiven behoorlijk in de war en put ze tegelijkertijd fysiek uit. Ze gaan zwerven en vallen aan roofvogels ten slachtoffer, of aan het verkeer of vinden ergens in of op een gebouw een onderkomen en beschouwen dat vervolgens als hun thuis. Maar mysterieus verdwijnen doen postduiven van een wedvlucht eigenlijk nooit. Soms komen ze na een behoorlijk lange tijd toch onverwachts weer thuis. En soms zijn dit ook nog zeer goede duiven die dat doen.

In oktober 1997 kwam bij mij "De 303", een jonge duif, na een afwezigheid van een half jaar terug op het hok. Kwijtgeraakt van een oefenvluchtje van om en nabij de 40 km met desastreus verloop ten gevolge van droge sterke thermiek. Een jaar later werd diezelfde verloren zoon gekroond tot beste dagfondduif van Afdeling 7 Midden Nederland. Dat is uiteraard een prettige bijkomstigheid. Maar wat ons op de eerste plaats moet interesseren is waarom "De 303" toen werd verspeeld en waarom hij na een half jaar afwezigheid ineens en totaal onder de bagger weer op de valplank zat te wachten om binnen gelaten te worden. Waarom??

"Moeder Natuur" voorziet postduiven normaliter van een ingebouwd kompas, wat ze in staat stelt van een wedvlucht naar huis terug te keren. Toch zijn, door verschillende oorzaken, niet alle postduiven gelijkelijk gezegend met voldoende van dat onfeilbare orientatievermogen. En het zijn vaak de duiven uit de categorie zonder orientatievermogen, die onder "verstoorde" omstandigheden, waar het orientatievermogen verminderd of helemaal niet werkt, de grootste problemen hebben om hun thuishaven te bereiken. In het meest positieve geval komen ze, als ze geluk hebben,  "met de grote groep" mee naar huis. En dat gaat ogenschijnlijk vrij gemakkelijk zo lang de zon schijnt, de wind van achteren waait en er genoeg makkers allemaal precies dezelfde kant op moeten. Maar als de zon ontbreekt, de wind een stevige zij- of tegenwind is en grote koppels duiven afkomstig van  verschillende  lossingen zich op de vluchtlijn vermengen, dan wordt het al snel een heel ander verhaal. Dan zijn alle elementen aanwezig om een op het oog normale wedvlucht zo maar in een rampvlucht te laten veranderen.

Trekvogels zijn gezegend met hetzelfde orientatievermogen als dat soort duiven, rotsduiven om precies te zijn, waaruit de hedendaagse moderne postduif door middel van eeuwenlange  kweek- en selektie methoden is ontstaan. Daardoor is de moderne postduif van een veel verfijnder orientatievermogen voorzien dan welke trekvogel dan ook. Een soort orientatievermogen wat veel gevoeliger is en daardoor veel eenvoudiger in de war te sturen is door weers- en andere omstandigheden.

Hierbij geef ik ter overweging:

Dat trekvogels hun grote jaarlijkse trek ondernemen zodra de omstandigheden daarvoor optimaal zijn.

Dat wij mensen helaas niet gezegend zijn met welk vergelijkend orientatievermogen dan ook en dus nooit zeker kunnen weten wanneer het tijdstip voor een lossing optimaal is of niet dat duivenlossingen meer en meer in vastomlijnde vluchtprogramma´s zijn ondergebracht dat we meer en meer verplicht duiven zijn gaan kweken op andere tijdstippen dan dat het normaliter in de vrije natuur zou zijn gebeurd en dat we daarom vaak onnatuurlijk bezig zijn dat juist dat gegeven wel eens aan de basis van de grote verliezen tijdens de eerste jonge duiven zou kunnen liggen dat het vaak helemaal niet eens de schuld is van de convoyeur of van de lossingsverantwoordelijke, als er weer eens zoveel jonge duiven weg zijn, maar simpelweg in principe onze eigen schuld dat de mensheid al eeuwen lang op zoek is naar het geheim van het orientatievermogen.


En dat wij postduivenliefhebbers het wel of niet aanwezig zijn van het orientatievermogen bij onze jongst gekweekte generatie proberen uit te vinden tijdens de eerste jonge duiven vluchten.

Vindt u het nu nog steeds zo vreemd dat er juist dan zo veel verliezen worden geleden??

De moderne mens is tegenwoordig steeds meer vervreemd geraakt van de natuur. De natuur die de levende wezens automatisch van zoveel goeds voorziet. Mits de natuurlijke omstandigheden daarvoor aanwezig zijn. Tegenwoordig nemen we te veel afstand van de natuur. De generaties duivenliefhebbers voor ons hebben zo vaak verhaald van jaren zonder rampvluchten en vluchten met massale aankomsten. Zij kweekten duiven op een manier veel dichter bij de natuur dan dat wij dit nu doen. Om meer van het orientatievermogen van postduiven te kunnen begrijpen zullen we terug moeten "naar de natuur" en die vergeten elementaire eigenschappen proberen te begrijpen en proberen te verwoorden, die postduiven vandaag de dag vaak ogenschijnlijk toch missen. Vergelijkingen maken tussen vroeger en nu en vervolgens de juiste relaties proberen te leggen om het probleem helder en duidelijk te krijgen. Dan pas zal iedereen kunnen begrijpen hoe het orientatievermogen precies werkt. En dan zullen we toch min of meer verplicht zijn om onze kweekmethodes aan te passen. En daar aansluitend ons vluchtprogramma. Of doorgaan op de reeds ingeslagen weg met alle risico´s van dien. En tenslotte zullen, met de juiste moderne technologie in de hand, rampvluchten en grote verliezen tijdens jonge duiven vluchten voor het overgrote deel te voorkomen zijn. Zo zal de toekomstige duivensport eruit moeten gaan zien willen we nog die aantrekkingskracht kunnen uitoefenen op mogelijke nieuwkomers in de duivensport en willen we het huidige liefhebberspeil er qua aantal niet verder op achteruit laten gaan. Een conclusie kunnen we nu al stellen. Iedereen zal het met me eens zijn als ik stel dat we met zijn allen een fantastische hobby hebben en dat het zeer de moeite waard is die te promoten!

Ik hoop dat u, door na te denken over de items die aangedragen worden, langzamerhand meer en meer zult begrijpen van de werking van het wonder van het orientatievermogen bij postduiven. Het zit echt niet zo moeilijk in elkaar. Het wonder van het orientatievermogen bij postduiven kon tot op heden niet door wetenschappers zonder een "postduivenverleden" ontrafeld worden. Dat kan alleen maar gebeuren door serieus in wetenschap geinteresseerde postduivenliefhebbers. Ik besef terdege dat "de wetenschap" onderzoek naar het ontstaan en de werking van het orientatievermogen bij postduiven door niet-ingewijden graag wil afkraken om vervolgens het geleende idee als officieel wetenschappelijk in eigen kring te presenteren. Uit ervaring weet ik hoe het in die wereld ongeveer werkt en dat is de reden waarom u in deze artikelserie het met wetenschappelijke gegevens onderbouwde bewijs zult missen. Wat ik beoog is om de verantwoordelijkheid hoe het orientatievermogen in principe werkt stap voor stap in begrijpelijk taal proberen neer te leggen bij de postduivenliefhebbers zelf. Want wij zijn het die uiteindelijk verantwoordelijk zijn:

-voor het op de juiste manier kweken van kwalitatief goede nieuwe generaties postduiven;
-voor het voorkomen van rampvluchten en verliezen bij jonge duiven vluchten;
-en voor het voortbestaan van onze sport.

En dat staat in mijn doelstelling voorop. En niet de wetenschappelijke erkenning die mogelijk na veel gedoe en touwtrekkerij toegekend zou kunnen worden. Deze schermutselingen ga ik bewust uit de weg, omdat ik nog altijd een duivenliefhebber ben die, zoals alle andere duivenliefhebbers, graag wekelijks zijn duiven met plezier van een wedvlucht  terug ziet keren. En bovenal pal staat voor de wereldwijde promotie van de sport waaraan u en ik dagelijks zoveel plezier beleven.

Ik besef dat de verbreiding van de verkregen kennis zal stuiten op  weerstand bij dat deel van de organisatie, die het welzijn van de postduif uit het oog is verloren en door dat de jaren heen helaas heeft ingeruild voor een ander soort belang in de ruimste zin van het woord overigens. De nieuwe generatie bestuurders, zal voortkomen uit de huidige generatie postduivenliefhebbers die begrepen heeft hoe het orientatievermogen van de postduif werkt. En die primair denkt in het belang van de duif zelf. Dan pas zal het voortbestaan van een van de oudste en meest intrigrerendste hobby´s van de mens gewaarborgd zijn. En dan heb ik mijn doel bereikt.

Ik wens elke geinteresseerde lezer veel inzicht en inspiratie toe in deze hoogst interessante materie en hoop dat de meesten het wonder van het orientatievermogen grotendeels zullen begrijpen en later de politieke discussies, die vervolgens in duivenland zullen ontstaan, niet uit de weg zullen gaan. Het gaat in onze hobby primair om het welzijn van de duif. En niet om de status van een met veel moeite verkregen baantje op wat voor niveau in onze sport dan ook overeind te houden.

En als u van nature het politieke gebeuren  uit de weg gaat en zich bij voorkeur het liefst met het kweken en met het vliegen van uw duiven wilt bezig houden, dan zult u bemerken dat u met de hier opgedane kennis in de toekomst beter bewapend zult zijn tegen onnodige rampvluchten en veel en veel minder jonge duiven zult verspelen dan u  misschien gewend was. Met die wetenschap in de hand zult u enorm veel meer plezier aan uw duiven beleven!

Via het submenu rechts kunt u de overige artikelen uit deze serie lezen.