Home > Steven van Breemen over het orientatievermogen > Postduiven moeten al op jonge leeftijd leren om van hun orientatiesysteem gebruik te maken

Postduiven moeten al op jonge leeftijd leren om van hun orientatiesysteem gebruik te maken

>

Zodra jonge duiven hun trainingsvluchten tot en met 64 km hebben afgewerkt, is het tijd geworden ze te leren om spaarzaam met hun navigatiesysteem om te gaan en om ze tegelijkertijd te leren om de energievoorraad weer aan te vullen. Dat gaat op de volgende manier:

Nadat  jonge duiven hun dagelijkse training hebben afgewerkt, worden ze naar een plek gebracht tussen de 5 en de 10 km van hun hok verwijderd. De richting kan elke richting zijn: noordelijk, oostelijk, zuidelijk of westelijk van het hok vandaan. Ze moeten echter telkens van een andere plek worden opgelaten. Dit kan het beste dagelijks gebeuren beginnend  2 tot 3 weken voordat de jonge duiven vluchten beginnen tot op de dag voorafgaand aan de eerste wedvlucht. Na de derde of vierde les zullen de jonge duiven na het loslaten direct hun navigatiesysteem in werking stellen en de richting in slaan waar het hok gelegen is. Dit kan zonder nadelige gevolgen dagelijks tijdens het jonge duiven seizoen worden volgehouden tot en met de laatste vlucht. Dit soort trainingsvluchtjes zal hen leren hun orientatiesysteem goed te gebruiken en tegelijkertijd voldoende energievoorraad aan te leggen. Een ding is belangrijk bij dit soort trainingsvluchtjes: de wind moet een staartwind zijn. Dus bij een zuiden wind wordt er vanuit het zuiden getraind. En het is erg belangrijk om de jonge duiven niet steeds vanaf dezelfde plek te laten starten. De duiven moeten namelijk leren c.q. aangemoedigd worden om steeds weer opnieuw hun navigatiesysteen in werking te stellen zodra zij de mand verlaten. Het is ook heel belangrijk dat jonge duiven tijdens die trainingsvluchtjes hun fysieke energievoorraad niet aanspreken. Dat moet bewaard blijven voor de werkelijke wedstrijd tijdens het weekend. Het is dus zaak zoveel mogelijk verschillende plekjes in een cirkel van 10 km rond het hok te vinden, vanwaar de jonge duiven kunnen worden opgelaten voor hun trainingsvluchtjes. Wat tenslotte belangrijk is, is dat deze vluchtjes gehouden moeten worden tussen tien uur s-ochtends en twee uur s-middags. Hoe dichter bij het middaguur hoe beter. Dan zijn namelijk de mogelijkheden tot navigeren het sterkst.

Zodra de liefhebber zich gaat bedienen van het systeem van korte trainingsvluchtjes, zal hij na ongeveer 14 dagen van steeds weer opnieuw opladen van het energiesysteem, bij zijn duiven opmerken dat de ogen ineens veel helderder in de koppen staan. Het lijkt erop of de ogen zelfs licht geven. De ogen zijn helder van kleur, zijn alert d.w.z. merken alles op en de duiven zijn ook veel levendiger.

Dit systeem kan ook voor oude duiven worden gebruikt. Als oude duiven vele weken aan een stuk worden ingekorfd, dan blijven soms zonder enig aanwijsbare reden zo maar de besten weg. Dit zal elke liefhebber wel eens zijn overkomen. Men is in het bezit van een echte crack. De duif is fysiek perfect in orde. Goed getraind. Goed gemotiveerd. En toch heeft de liefhebber het gevoel dat er iets aan de duif mankeert, maar hij kan het probleem niet goed omschrijven. Toch kan hij uiteindelijk de verleiding niet weerstaan om de duif in te korven en raakt hem vervolgens kwijt. In dit specifieke geval had de liefhebber niet opgemerkt dat bij de duif in kwestie de twinkeling uit de ogen verdwenen was en dat de ogen een lusteloze indruk maakten. De duif uit dit voorbeeld had zijn gehele energievoorraad om zich te kunnen navigeren verbruikt en werd dus met een lege benzinetank ingekorfd. In zon geval, als de duif geluk heeft, en een goed onderkomen vindt, kan hij na een dag of tien weer op het hok terugkeren. Gedurende deze pauze moet de duif wel in staat zijn geweest om zijn energievoorraad weer op peil te brengen. Het is geen enkel probleem om oude of jonge duiven  in een keer van deze korte trainingsvluchtjes zo op grotere vluchten in te zetten.

Als een duif goed is getraind in het gebruik van zijn navigatiesysteem en voor een wedvlucht wordt gelost, dan stelt hij in feite eigenlijk al ruim voordat de lossing plaatsvindt al zijn orientatiesysteem in werking. Terwijl de andere duiven na de lossing  nog minuten doende zijn om de omgeving in zich op te nemen. De duiven die zich snel en juist weten te orienteren, dat zijn in de meeste gevallen ook de winnaars van een wedvlucht. Postduiven waarvan het energiesysteem geheel is gevuld kunnen zich orienteren ook al zijn de omstandigheden daartoe niet optimaal. Wanneer de omstandigheden wel optimaal zijn, orienteren duiven met een geheel gevuld orientatiesysteem zich moeiteloos.

Het komt voor dat duiven die het eerst van een wedvlucht arriveren hun energievoorraad totaal hebben verbruikt in tegenstelling tot duiven die twee uur later arriveren. Het is ook mogelijk dat de laatkomer op het moment van de lossing over onvoldoende energie beschikte, doch fysiek in perfecte conditie verkeerde.  Het is aan te raden iedere duif die er meer dan zeven uur over heeft gedaan om van een wedvlucht thuis te komen, de week erna rust te gunnen. Iedere liefhebber die nu over een ingehouden lachen beschikt over hetgeen ik hierboven geschreven heb, daag ik hierbij uit dit systeem eens op zijn slechtst presterende duiven uit te proberen. Deze zullen in no time tot de besten behoren.


Sitemap
Printvriendelijk
Mail sturen
RSS feed

Submenu

Uw naam

Paswoord

Remember me


Steven van Breemen